AppSense Performance Manager

Zelfs met de Application Manager kan het gebeuren dat gebruikers meer processortijd en/of geheugen vragen dan was voorzien. Intensieve zoekopdrachten in databases, grote rekenmodellen in spreadsheets of zelfs het bezoeken van bepaalde web-sites kunnen systemen onevenredig zwaar belasten. In een Terminal Server/Citrix MetaFrame omgeving kan zo één gebruiker tot overlast zijn voor de andere gebruikers op de server. AppSense Performance Manager is in staat om limieten te stellen aan het gebruik van processor en geheugen. Tevens beschikt AppSense Performance Manager over een monitorfunctie, waarmee de belasting die gegenereerd wordt door gebruikers en applicaties over een langere tijd kan worden gemeten.

AppSense Performance Manager beschikt over onder meer de volgende features:

  • Smart Scheduler™, voorziet in het continu gelijkelijk verdelen van CPU-bronnen tussen de gebruikers en hun applicaties. Bijvoorbeeld: wanneer een gebruiker of een applicatie een aandeel van factor twee heeft ten opzichte van een andere applicatie of gebruiker, dan krijgt deze een hogere prioriteit bij toegang tot processorbronnen.
  • Met Thread Throttling™ kunt individuele threads dynamisch beïnvloeden om excessief CPU-gebruik te reduceren. Het is mogelijk threads binnen processen gradueel te beïnvloeden
  • Met geheugenoptimalisatie kunen applicaties die excessief gebruikmaken van virtueel geheugen gedetecteerd en geoptimaliseerd worden. Virtual Memory-optimalisatie richt zich op het inefficiënt laden van Dynamic Link Libraries (DLL’s). Door automatische analyse en optimalisatie van geladen DLL’s en applicaties, zijn overmatig gebruik van virtueel geheugen en systeemwaarschuwingen sterk te reduceren. Geoptimaliseerde DLL’s worden opgeslagen in een aparte cache en dynamisch geladen. Daardoor blijven de originele applicaties intact (!) 
  • Applicatie-CPU-controle stelt harde CPU-grenswaarden vast met het oog op het beheren van bronintensieve applicaties. Gebruikers kunnen harde processorgrenswaarden definiëren die de toegang van de applicatie tot de processorbronnen beïnvloeden. Wanneer een applicatie bijvoorbeeld een grens van 70 procent toegewezen krijgt, kan deze nooit meer dan 70 procent van de processorbronnen in gebruik nemen.
  • Bandbreedte-controle zorgt voor het beperken van algemeen netwerkgebruik door gebruikers of applicaties of het specificeren van limieten aan een bepaald netwerkprotocol, poortnummer of richting. Dit kan door het toewijzen van de totale dagelijkse bandbreedte en het controleren van excessief bandbreedtegebruik door netwerkgebruik te beperken of af te sluiten. Netwerkbandbreedte is te beheren door het definiëren van doorvoerlimieten en quota’s. Vaak voorkomende issues als verzadiging van de Network Interface Cards door excessieve bestandsdeling of datatransfer op multi-user servers zijn hiermee te vermijden. 
  • CPU-reserveringen waarborgt dat kritische applicaties kunnen beschikken over een gegarandeerd percentage van de CPU wanneer deze excessief wordt gebruikt.
  • Met CPU-affiniteit kunnen ook in geval van ymmetric Multiprocessing- en hyper-threading systemen applicaties toegewezen worden aan specifieke processors. Het is bijvoorbeeld mogelijk een bedrijfskritische applicatie toe te wijzen aan een eigen processor.
  • Met applicatiegroepen is het mogelijk beleidregels te definieren voor processor, geheugen en netwerkbeheer door het creëren van applicatie-groepen die gebruikt worden voor het bepalen van bronnendeling, reserveringen en limieten. Deze beleidsregels zijn te beperken tot specifieke gebruikers- en groeps-accounts. Ook de applicatiestatus is mee te nemen zodat exacte controle mogelijk is over de applicaties die aan een desktop worden aangeboden en via terminal services
 

Laatste nieuws

Citrix XenApp 6

Citrix introduceert versie 6 van XenApp, de oplossing waarmee applicaties kunnen worden gecentraliseerd in het datacenter en als on-demand service worden geleverd aan zowel fysieke als virtuele desktops.

Lees meer »